Op 1 januari 2027 gaat een nieuwe fiscale regeling in: de pseudo-eindheffing voor fossiele personenauto's. Werkgevers kunnen daardoor te maken krijgen met een extra heffing wanneer zij een benzine-, diesel-, hybride- of plug-inhybride personenauto aan een werknemer ter beschikking stellen voor privégebruik of woon-werkverkeer.
De pseudo-eindheffing verschilt op belangrijke punten van de reguliere bijtelling. Zo geldt woon-werkverkeer voor de bijtelling als zakelijk gebruik, maar voor de pseudo-eindheffing juist als privégebruik.
Update september 2026: in het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2027 zijn aanvullende uitzonderingen en versoepelingen voorgesteld. Het gaat onder meer om vervangend vervoer tijdens onderhoud of reparatie, bepaalde kortdurende huur- en deelauto's en een verlenging van het overgangsrecht tot en met 31 december 2030. Deze wijzigingen moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd.
In deze blog leggen we uit wanneer de pseudo-eindheffing geldt, hoe de berekening werkt, wat het verschil is met bijtelling en hoe een goede ritten- en wagenparkadministratie helpt om het gebruik van voertuigen inzichtelijk te houden.
Achtergrond
De pseudo-eindheffing is ingevoerd om de zakelijke markt sneller te laten overstappen op emissievrije personenauto's. Vanaf 1 januari 2027 wordt het voor werkgevers fiscaal duurder om nieuwe fossiele personenauto's voor privégebruik of woon-werkverkeer aan werknemers ter beschikking te stellen.
De heffing bedraagt 12% van de fiscale waarde van de auto per jaar. Onder fossiele personenauto's vallen voor deze regeling personenauto's waarvan uit het kentekenregister niet blijkt dat de CO₂-uitstoot 0 gram per kilometer bedraagt. Daardoor kunnen benzine-, diesel-, hybride- en plug-inhybride auto's onder de regeling vallen.
De pseudo-eindheffing is een werkgeversheffing en staat los van de reguliere bijtelling van de werknemer. Beide regelingen kunnen dus tegelijkertijd op dezelfde auto van toepassing zijn.
Personenauto's
De pseudo-eindheffing geldt voor werkgevers die een fossiele personenauto ook voor privédoeleinden aan één of meer werknemers ter beschikking stellen. Voor deze regeling wordt woon-werkverkeer eveneens als privégebruik beschouwd.
Het is niet van belang of de werkgever juridisch eigenaar van de auto is. Ook een leaseauto, huurauto, deelauto of gebruikte auto kan daarom onder de regeling vallen.
De regeling ziet op personenauto's. Bestelauto's en vrachtauto's vallen niet onder deze specifieke pseudo-eindheffing voor fossiele personenauto's.
Een IB-ondernemer, zoals een zzp'er met een eenmanszaak, valt voor de auto die hij zelf gebruikt niet onder deze werkgeversheffing. Heeft de ondernemer werknemers aan wie fossiele personenauto's voor privégebruik of woon-werkverkeer ter beschikking worden gesteld, dan kan de pseudo-eindheffing voor die auto's wel gelden.
Ook een DGA kan met de regeling te maken krijgen wanneer zijn bv een fossiele personenauto aan hem als werknemer ter beschikking stelt voor privégebruik of woon-werkverkeer.
12% van cataloguswaarde
De pseudo-eindheffing bedraagt 12% per jaar over de fiscale waarde van de fossiele personenauto. Voor auto's die niet meer dan 25 jaar geleden voor het eerst in gebruik zijn genomen, wordt in beginsel de cataloguswaarde inclusief btw en bpm gebruikt. Voor auto's die meer dan 25 jaar geleden voor het eerst in gebruik zijn genomen, geldt de waarde in het economische verkeer.
Bij een auto met een cataloguswaarde van €35.000 bedraagt de pseudo-eindheffing bij een volledig kalenderjaar:
€35.000 × 12% = €4.200 per jaar
Dat komt overeen met €350 per kalendermaand.
De pseudo-eindheffing wordt per kalendermaand berekend. Staat een fossiele personenauto slechts een deel van een kalendermaand ook voor privédoeleinden ter beschikking, dan wordt deze volgens de hoofdregel voor die hele kalendermaand meegenomen.
De heffing geldt niet wanneer de auto uitsluitend zakelijk ter beschikking staat en privégebruik, waaronder woon-werkverkeer voor deze regeling, daadwerkelijk is uitgesloten. Het gaat dus niet alleen om het aantal werkelijk gereden privékilometers, maar ook om de vraag waarvoor de werkgever de auto ter beschikking stelt.
Dit verschilt van de reguliere bijtelling. Voor de bijtelling kan een werknemer bij maximaal 500 privékilometers per kalenderjaar en voldoende bewijs buiten de bijtelling blijven. Woon-werkverkeer telt daarbij als zakelijk. Voor de pseudo-eindheffing geldt die 500-kilometergrens niet en wordt woon-werkverkeer juist als privégebruik aangemerkt.
Pseudo-eindheffing versus bijtelling
Het verschil tussen bijtelling en pseudo-eindheffing wordt het duidelijkst aan de hand van voorbeelden. In onderstaande scenario's gebruiken we een benzineauto met een cataloguswaarde van €35.000. De pseudo-eindheffing bedraagt bij een volledig kalenderjaar €4.200, oftewel €350 per kalendermaand.
| Scenario | Gebruik | Bijtelling werknemer | Pseudo-eindheffing werkgever |
|---|---|---|---|
| 1. Alleen zakelijke rittenGeen privé- of woon-werkgebruik | 100% zakelijke ritten Geen privégebruik Geen woon-werkverkeer |
Geen bijtelling Geen bijtelling wanneer de auto aantoonbaar niet privé wordt gebruikt. |
Niet van toepassing Geen pseudo-eindheffing wanneer de auto uitsluitend zakelijk ter beschikking staat. Voorbeeld: een poolauto die alleen tijdens werktijd wordt gebruikt en niet mee naar huis mag. |
| 2. Minder dan 500 km privéWel woon-werkverkeer | 400 km privé per jaar 15.000 km woon-werkverkeer |
Geen bijtelling Mits de werknemer op kalenderjaarbasis niet meer dan 500 privékilometers rijdt en dit voldoende kan aantonen. Woon-werkverkeer geldt voor de reguliere bijtelling als zakelijk. |
Wel van toepassing€4.200 per volledig jaarVoor de pseudo-eindheffing wordt woon-werkverkeer als privégebruik beschouwd. Daardoor kan de werkgever wél pseudo-eindheffing betalen terwijl de werknemer geen reguliere bijtelling heeft. |
| 3. Privégebruik én woon-werkMeer dan 500 km privé | 2.000 km privé 12.000 km woon-werkverkeer |
Wel bijtelling22% × €35.000 = €7.700 per jaarHoeveel belasting de werknemer daar uiteindelijk over betaalt, hangt af van de persoonlijke fiscale situatie. | Wel van toepassing€4.200 per volledig jaarDe werknemer krijgt te maken met bijtelling en de werkgever daarnaast met de afzonderlijke pseudo-eindheffing. |
| 4. Alleen woon-werkverkeerGeen overige privéritten | 0 km overige privéritten 18.000 km woon-werkverkeer |
Geen bijtelling door woon-werk Woon-werkkilometers gelden voor de reguliere bijtelling als zakelijke kilometers. |
Wel van toepassing€4.200 per volledig jaarDit is een belangrijk verschil: woon-werkverkeer is zakelijk voor de bijtelling, maar wordt voor de pseudo-eindheffing als privégebruik aangemerkt. |
| 5. Veel privégebruikPrivé én woon-werk | 10.000 km privé 10.000 km woon-werkverkeer |
Wel bijtelling22% × €35.000 = €7.700 per jaar | Wel van toepassing€4.200 per volledig jaarHet aantal privékilometers verandert de hoogte van de pseudo-eindheffing niet. De waarde van de auto en het aantal kalendermaanden waarvoor de regeling geldt zijn bepalend. |
| 6. Tijdelijk vervangende benzineautoVaste auto tijdelijk bij garage | De vaste auto staat 5 dagen bij de garage voor onderhoud. In die periode krijgt de werknemer een fossiele vervangende personenauto van €35.000 die ook voor woon-werk wordt gebruikt. | Afhankelijk van situatie Of reguliere bijtelling ontstaat, hangt af van het totale privégebruik en de fiscale situatie rond de auto's. Woon-werkverkeer geldt voor de reguliere bijtelling als zakelijk. |
Voorgestelde uitzondering Zonder uitzondering zou een deel van een kalendermaand in beginsel tot €350 pseudo-eindheffing kunnen leiden. Volgens het wetsvoorstel wordt vervangend vervoer wegens onderhoud of reparatie gedurende maximaal 14 kalenderdagen per onderhouds- of reparatieperiode uitgezonderd. Ook schadeherstel en een bandenwissel vallen hieronder. In dit voorbeeld van vijf dagen ontstaat daardoor geen pseudo-eindheffing voor de vervangende auto als aan de voorwaarden wordt voldaan. |

Geen pseudo-eindheffing, wel alle data
Is de pseudo-eindheffing voor uw organisatie aanleiding om het wagenpark verder te elektrificeren? Dan wordt inzicht in het daadwerkelijke gebruik van voertuigen extra belangrijk. Welke auto's rijden dagelijks lange afstanden, welke voertuigen staan veel stil en waar past een elektrische auto praktisch binnen het gebruikspatroon?
Met Echoes beheert u connected voertuigdata zonder dat voor ondersteunde auto's extra telematicahardware hoeft te worden ingebouwd. Gegevens van verschillende automerken worden samengebracht in één platform, zodat u onder andere inzicht krijgt in locatie, kilometerstanden, brandstof- of laadniveau, onderhoudsinformatie en andere beschikbare OEM-data.
Zo kunt u niet alleen voertuigen centraal beheren, maar ook beter onderbouwen waar elektrificatie binnen uw wagenpark praktisch en financieel past.
Pseudo-eindheffing en verschillende bestuurders
Volgens de hoofdregel wordt de pseudo-eindheffing per specifieke auto en per kalendermaand beoordeeld. Staat een fossiele personenauto in een kalendermaand ook voor privégebruik of woon-werkverkeer ter beschikking, dan kan voor die kalendermaand pseudo-eindheffing ontstaan.
In het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2027 worden twee belangrijke uitzonderingen voor tijdelijk vervoer voorgesteld.
1. Vervangend vervoer bij onderhoud, reparatie of schade
Wordt de vaste auto vanwege onderhoud of reparatie tijdelijk vervangen, dan wordt voorgesteld de vervangende fossiele auto gedurende maximaal 14 kalenderdagen per onderhouds- of reparatieperiode buiten de pseudo-eindheffing te houden. Een bandenwissel en schadeherstel vallen voor deze regeling eveneens onder onderhoud of reparatie.
De uitzondering kan bij een nieuwe onderhouds- of reparatieperiode opnieuw gelden. Duurt één vervangingsperiode langer dan 14 kalenderdagen, dan geldt de uitzondering vanaf dag 15 niet meer.
2. Eenmalig kortdurend gebruik, bijvoorbeeld een huur- of deelauto
Daarnaast wordt voorgesteld om tijdens de overgangsperiode een specifieke fossiele personenauto per werkgever en per kalenderjaar gedurende maximaal één periode van ten hoogste zeven aaneengesloten dagen ook voor privédoeleinden ter beschikking te kunnen stellen zonder pseudo-eindheffing.
Wordt dezelfde auto binnen hetzelfde kalenderjaar in meerdere afzonderlijke perioden ter beschikking gesteld of duurt de periode langer dan zeven aaneengesloten dagen, dan geldt deze uitzondering niet. De tijdelijke regeling wordt voorgesteld tot en met 31 december 2030.
Deze uitzonderingen maken deel uit van het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2027 en zijn dus nog niet definitief.

Zakelijk, privé, woon-werk
Voor de pseudo-eindheffing is niet alleen relevant hoeveel privékilometers daadwerkelijk worden gereden. Doorslaggevend is of een fossiele personenauto mede voor privédoeleinden ter beschikking staat. Voor deze regeling wordt ook woon-werkverkeer als privégebruik aangemerkt.
Dat verschilt van de reguliere bijtelling. Daarbij geldt woon-werkverkeer als zakelijk en kan een werknemer zonder bijtelling rijden wanneer het overige privégebruik op kalenderjaarbasis niet meer dan 500 kilometer bedraagt en dit voldoende kan worden aangetoond. Wilt u een fossiele auto buiten de pseudo-eindheffing houden, dan moet privégebruik inclusief woon-werkverkeer daadwerkelijk zijn uitgesloten.
Rittenregistratie en wagenparkbeheer
Met rittenregistratie van Moving Intelligence legt u ritten automatisch vast en kunt u deze classificeren als zakelijk, privé of woon-werk. Zo ontstaat een duidelijk overzicht van welke auto wanneer wordt gebruikt en waarvoor.
Dat is vooral relevant bij poolauto's, wisselende bestuurders, vervangend vervoer en grotere wagenparken. Ook bij voorgestelde uitzonderingen voor tijdelijk vervangend vervoer helpt een betrouwbare registratie om gebruik en periodes aantoonbaar vast te leggen. Een rittenregistratie geeft op zichzelf geen vrijstelling van de pseudo-eindheffing, maar ondersteunt wel een controleerbare en consistente administratie.
Overgangsregeling
De pseudo-eindheffing gaat in op 1 januari 2027. Voor fossiele personenauto's die dezelfde werkgever al vóór 1 januari 2027 daadwerkelijk aan één of meer werknemers ter beschikking heeft gesteld, geldt overgangsrecht.
Volgens de bestaande wet loopt dit overgangsrecht tot en met 16 september 2030. In het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2027 stelt het kabinet voor om deze termijn te verlengen tot en met 31 december 2030. Als het voorstel wordt aangenomen, kan de pseudo-eindheffing voor deze bestaande auto's vanaf 1 januari 2031 van toepassing worden.
Voor het overgangsrecht is de daadwerkelijke eerste terbeschikkingstelling bepalend. Alleen een auto vóór 2027 bestellen, kopen, registreren of een leasecontract afsluiten is daarom niet voldoende.
Het overgangsrecht is gekoppeld aan de specifieke auto en dezelfde werkgever. De werkgever kan de auto later aan een andere werknemer ter beschikking stellen zonder dat het overgangsrecht daardoor automatisch vervalt. Ook een tijdelijke onderbreking van de terbeschikkingstelling betekent niet automatisch dat het recht verloren gaat.
Wordt dezelfde auto later door een andere werkgever ter beschikking gesteld, dan moet voor die werkgever opnieuw worden beoordeeld of de pseudo-eindheffing van toepassing is. Bij bepaalde juridische fusies en overnames kunnen uitzonderingen gelden.
Let op: de verlenging tot en met 31 december 2030 is onderdeel van het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2027 en moet nog door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd.
Nog vóór 2027 een brandstofauto?
Overweegt u nog vóór 2027 een benzine-, diesel-, hybride- of plug-inhybride personenauto aan een werknemer ter beschikking te stellen? Dan is vooral het moment van daadwerkelijke terbeschikkingstelling belangrijk.
Een bestelling, koopovereenkomst of getekend leasecontract in 2026 is op zichzelf niet voldoende om onder het overgangsrecht te vallen. De specifieke auto moet vóór 1 januari 2027 daadwerkelijk door dezelfde werkgever aan één of meer werknemers ter beschikking zijn gesteld.
Breng daarom vóór de jaarwisseling in kaart welke fossiele personenauto's al ter beschikking zijn gesteld, aan welke voorwaarden het gebruik is gebonden en welke voertuigen ook voor woon-werkverkeer of ander privégebruik mogen worden gebruikt.
Leg daarnaast goed vast wanneer voertuigen worden ingezet, worden gewisseld of tijdelijk worden vervangen. Door de voorgestelde uitzonderingen voor kortdurend gebruik en vervangend vervoer wordt deze administratie vanaf 2027 nog relevanter.
Regel bij nieuwe voertuigen bovendien tijdig de door uw verzekeraar vereiste voertuigbeveiliging en, waar relevant, automatische rittenregistratie en wagenparkbeheer.
Blijft het overgangsrecht gelden als een auto van werknemer wisselt?
Hoe en wanneer betaalt een werkgever de pseudo-eindheffing?
Geldt de pseudo-eindheffing ook voor een leaseauto?
Geldt de pseudo-eindheffing ook voor hybride auto’s?
Geldt de pseudo-eindheffing voor een DGA?
Kan ik de pseudo-eindheffing voorkomen door in 2026 een benzineauto te kopen?
Geldt de pseudo-eindheffing ook als een auto maar enkele dagen wordt gebruikt?
Geldt de pseudo-eindheffing voor lesauto's?
Geldt de pseudo-eindheffing voor vervangend vervoer?
Hoe werkt de 7-dagenregeling voor huur- en deelauto's?
Meer blogs over zakelijk rijden, rittenregistratie en nieuwe mobiliteitsregels:
Nieuws
01 oktober 2026
Kilometerstanden in het ene portaal, onderhoudsinformatie in een ander systeem en rapportages in Excel. Bij een groeiend wagenpark kan data ongemerkt steeds verder versnipperen. Deze vijf signalen laten zien wanneer het tijd is om kritisch naar de inrichting van uw wagenparkdata te kijken.
23 september 2026
In 2026 worden minder motoren gestolen, maar het grootste deel komt na diefstal nog altijd niet terug. Bekijk de nieuwste cijfers en hoe je de kans vergroot dat jouw gestolen motor wél wordt teruggevonden.
15 september 2026
Moving Intelligence Group heeft TDS Ultra overgenomen, een Brits platform voor connected wagenparkdata.
13 september 2026
Nieuwe regels voor de auto van de zaak in 2027. Bekijk wat bijtelling, pseudo-eindheffing en rittenregistratie betekenen voor uw wagenpark.